Nu de sportactiviteiten voor onze kinderen door covid-19 min of meer aan banden zijn gelegd, (her)ontdekken we met zijn allen de sport- en speelpleintjes in de buurt. Maar is het jullie ook al opgevallen dat op de speeltoestellen meestal meer jongens dan meisjes te zien zijn?

Over hoe we ervoor kunnen zorgen dat meisjes zich meer thuis gaan voelen in publieke speelruimte, schreef ik een blog voor Vrouwen in Sport.

Je kan de blog hier lezen.

Dat bewegen goed is voor lichaam en geest, daar hoef je Sport Vlaanderen niet van te overtuigen. Toch vinden heel wat Vlamingen moeilijk de motivatie  om uit die zetel te geraken, kunnen ze wel een duwtje in de rug gebruiken, en/of zoeken ze iemand om samen mee te bewegen. Het klassieke sportclubaanbod bereikt deze groep alsmaar moeilijker . Mensen gaan liever op een meer ongebonden en informele manier sporten/bewegen. Denk aan de vele vrienden-wielerclubs, loopgroepjes of de wekelijkse kubb-spelers in het park. Bij deze informele sportgroepen is vooral het sociale aspect belangrijk. De groep op zichzelf heeft vaak meer betekenis dan de activiteit waarvoor de groep is opgericht.

Om die reden lanceerde de promotiedienst van Sport Vlaanderen met Stad Brugge een proefproject om Bruggelingen op een informele en digitale manier met elkaar in verbinding te brengen om te sporten/bewegen. Op de commerciële markt bestaan al verschillende apps en platformen die inwoners digitaal met elkaar willen verbinden om te sporten/bewegen (bv. NN Running Club, SPRT, Mycrew, Rovo, …), maar Sport Vlaanderen koos ervoor dit zelf te laten ontwikkelen op maat van lokale noden en door het inzetten van lokale ‘beweeginfluencers’. Het resultaat is de app Brugge Beweegt. Doel van de app is om los van lidmaatschap van een sportclub toch beweegaanbod en beweegbuddies in de buurt te vinden. Ambassadeurs uit de buurt (de ‘gangmakers’ genoemd) kunnen activiteiten registreren in ‘beweegbendes’ en inwoners op die manier stimuleren om samen te sporten en bewegen. Die activiteiten zijn heel divers, gaande van groepslessen in het park, wandelingen of fietsroutes in de buurt tot petanque achter het buurthuis. Zo is de app ook voor lokale aanbieders van sport en bewegen een tool om het aanbod naar de Bruggeling te brengen.

Screenshot Brugge Beweegt app

Gebruikers van de app kunnen hun eigen beweegmoment posten via de zogenaamde ‘Moovs’ en op die manier anderen inspireren. Het beweegaanbod is afgestemd op de voorkeuren die je als gebruiker bij het zoeken naar activiteiten kan ingeven. Je kan er op zoek gaan naar een beweegbuddy met dezelfde interesses, en een online quiz geeft je op een speelse manier inzicht in je eigen barrières of uitvluchten om toch niet uit die zetel te komen. En creatievelingen kunnen in de ‘inspiratiebende’ hun innovatieve beweegideeën kwijt.

Via de app willen Sport Vlaanderen en Stad Brugge een lokale (online) community creëren, het beweegaanbod in de buurt meer kenbaar maken en buurtbewoners via de ‘beweegbendes’ fysiek samenbrengen.

Het proefproject liep enkele maanden en is helaas binnenkort afgelopen. De app werd voor de zomer gelanceerd, maar covid-19 zorgde ervoor dat het volle potentieel ervan zeker nog niet benut is. De app wordt momenteel door Howest geëvalueerd, waarna Sport Vlaanderen bekijkt of en op welke manier de app over gans Vlaanderen kan uitgerold worden.

Journalist Michiel Martin van De Morgen stelde mij en enkele collega’s wat vragen over de trend van thuis sporten. Het artikel is hier te lezen.

Games en spelelementen (‘gamification’) worden alsmaar vaker ingezet om mensen aan het bewegen te krijgen. Belangrijk daarbij is te weten welk type spelers het spel eigenlijk (zullen) spelen of het platform gebruiken. Willen ze zo snel mogelijk aan het einde van het spel geraken om de eindapotheose mee te maken of willen ze eerder alle mogelijke badges behalen? Willen ze vooral alle ruimtes of snufjes op het platform doorzoeken, willen ze vooral in competitie gaan met anderen of is het spelen van een spel voor hen eerder een sociale activiteit? Het stimuleren van bewegen via games en spelelementen is zo eenvoudig nog niet. Want wat willen spelers eigenlijk? Of met andere woorden: op welke elementen moet een spel focussen om spelers aan het bewegen te krijgen?

In 1996 ontwikkelde de Britse ‘game professor’ Richard Bartle zijn ‘taxonomy of player types’. In dit model onderscheidt hij vier type spelers gebaseerd op specifieke psychologische persoonlijkheidsaspecten.

  • De explorer is het type dat het meeste voorkomt. Het zijn de avonturiers, mensen die in elk hoekje zoeken of ze niets gemist hebben. Punten scoren of badges verzamelen doen ze enkel om een volgend deel van het spel te kunnen betreden en daar weer verder te kunnen neuzen.
  • De socializer speelt een spel voor het sociale aspect. Chatten, met anderen in contact komen en gezamenlijk optrekken is belangrijker dan punten scoren. De community is voor hen belangrijker dan winnen.
  • De killer wordt vooral gedreven door het competitieve element van een spel. Ze willen anderen verslaan. Punten verzamelen of het spel ontdekken is enkel nuttig als het hen iets oplevert.
  • De achiever is voornamelijk op zoek naar prestige. Ze willen punten scoren, een hoger level behalen en badges verzamelen.

Ik deed de test met meer dan 150 eerstejaars Sport en bewegen in mijn module Digitale Gezondheidsinnovatie. Vooraf had ik wel wat hypotheses over hoe de vier types verdeeld zouden zijn over de groep (sporters zijn competitiebeesten, weet je wel). Maar ik zat er helemaal naast, want wat bleek? De vier types waren gelijk verdeeld over de groep. Binnen de groep eerstejaars Sport en bewegen zijn er dus evenveel killers, explorer, socializers als achievers.

Uiteraard zitten spelers niet vast in één enkele rol, heeft iedereen wel elementen van de vier types en lopen die vier types in elkaar over. Maar welk type speler je voornamelijk bent heeft wel een invloed op welke games en spelelementen je leuk vindt. Ontwikkelaars die mensen via games en spelelementen aan het bewegen willen krijgen moeten dus rekening houden met de verschillende type spelers die hun spel zullen spelen of platform gebruiken.

Wil je zelf weten welk type speler je bent? Doe de Bartle Test via https://matthewbarr.co.uk/bartle/ . En laat me even weten of je je herkent in het resultaat.

Op 15 december gingen collega Eefje Battel en mezelf tijdens het Wetenschapscafé in debat over gamification in de sport. De sympathieke Mieke Dumont modereerde. Wij corona-proof vanuit De Krook in Gent. Het publiek vanuit hun luie zetel thuis. Ideale setting dus om het te hebben over “Breng je conditie to the next level!”, over de mogelijkheden van games en gamification om mensen aan het bewegen te krijgen/houden.

Een aantal vragen die aan bod kwamen:

  • Wat is het verschil tussen e-sports en exergaming? Zijn e-sporters lui? En mogen we e-sport ‘sport’ noemen?
  • Welke game-elementen kunnen worden ingezet om mensen aan het bewegen te krijgen? En houden we mensen er ook op lange termijn mee in beweging?
  • Exergames, voor de jeugd of evengoed voor oma en opa?
  • Heeft het spelen van exergames ook cognitieve en psychosociale voordelen? 
  • Hoe zet je een game in als een waardevolle tool ter promotie van gezondheid en beweging? En is dat betaalbaar?
  • Spelen we binnenkort allemaal exergames in onze huiskamer? Worden sportclubs en fitnesscentra overbodig?

Het debat werd prachtig samengevat door Iris Vandevelde (Zidiris), en is hier volledig te herbekijken.

Naast wearables gebruiken veel mensen nu ook een ‘slimme weegschaal’ om gezondheidsparameters bij te houden. Ook wij hebben thuis zo’n ‘slimme weegschaal’ staan. Die lijkt op een gewone weegschaal. Je gaat erop staan met je blote voeten en ziet op een schermpje je gewicht, en daarnaast ook je vet- en spiermassa. De weegschaal is verbonden via een app die alle waarden  (gewicht, vetpercentage, skeletspiermassa, rustmetabolisme) netjes bijhoudt en de evolutie over de tijd weergeeft. Heel wat verschillende fabrikanten (o.a. Fitbit, Xiaomi, Omron, Medisana, …) bieden zo’n ‘slimme weegschaal’ aan. Wij hebben het type OMRON Viva staan.

Onlangs moest ik een botdichtheidsmeting doen via een zogenaamde ‘DEXA-scan’. In het rapport zag ik dat zo’n scan naast botdichtheid ook allerlei waarden weergaf die ik herkende van mijn ‘slimme weegschaal’. Alleen bleken die waarden nogal te verschillen. Mijn vetpercentage volgens de Dexa Scan ligt op 23%. In juni (na mijn Ventoux beklimming) deed ik een inspanningstest en ook daar werd mijn vetpercentage berekend. Dat gebeurde dan weer via een huidplooimeting en gaf 21% aan. Ik stond toen wel scherp. Eenzelfde type meting in januari gaf 24,3% aan. Maar mijn slimme weegschaal zegt dus 32%?! Is die weegschaal dan toch zo slim niet als beweerd wordt door de producent?

Ik zocht even uit hoe het zit.

De DEXA-scan blijkt één van de nauwkeurigste manieren om je lichaamssamenstelling op te meten. De techniek werkt met (minimale) radioactieve straling en is dus eigenlijk bedoeld om botdichtheid te meten. Doordat vetweefsel een andere doorlaatbaarheid heeft dan spierweefsel kun je ook een goed beeld krijgen van hoeveel vet je totale lichaamsgewicht bevat. Zo’n DEXA-scan meet de vetpercentages per regio van het lichaam, waardoor je meteen ook weet hoe het vet in je lichaam verdeeld is.

Ook de huidplooimeting geeft een vrij nauwkeurige schatting van het vetpercentage. Daarbij wordt de dikte van de huidplooi op verschillende plekken op het lichaam gemeten met een speciale tang. De nauwkeurigheid van zo’n meting hangt dus wel wat af van de persoon die de meting uitvoert (maar in het UZ Gent ga ik ervan uit dat ze er wel iets van kennen). Iets te veel of te weinig druk kan dus andere waarden opleveren.

Mijn slimme weegschaal maakt dan weer gebruik van bio-eletrische impedantie (BIA) analysetechnologie om mijn lichaamssamenstelling te boordelen. Spieren, bloedvaten en bot zijn lichaamsweefsels die veel water bevatten en gemakkelijk elektriciteit geleiden. Lichaamsvet is een weefsel dat minder geleidend is. De slimme weegschaal stuurt een zwakke elektrische stroom door het lichaam om zo dus de hoeveelheid vetweefsel te meten. Probleem met die BIA-methode is onder meer dat dehydratatie (bv. na nacht slapen, of na inspanning) ervoor zorgt dat de weegschaal minder droge spiermassa meet, waardoor het vetpercentage onterecht hoog is.
Meteen een verklaring voor de grote verschillen met de andere twee methoden. Als ik me al weeg (zelden eigenlijk) doe ik dat immers ‘s morgens.

De drie metingen gebeuren dus op een compleet verschillende manier. Vergelijken heeft dus weinig zin.
De DEXA-scan is meest nauwkeurig (en kan je in ziekenhuizen laten afnemen -doorgaans op voorschrift, of voor €50 bij Energy Lab).
De huidplooimeting kan op zich iedereen (mits juiste tang), maar zoals gezegd best wel laten doen door iemand die er ervaring mee heeft.
De (half-)slimme weegschaal (heb je voor een goeie €80) is dan weer ideaal voor mensen die hun gezondheidsparameters over de tijd willen bijhouden. Voorwaarde is wel om je steeds te wegen in zo gelijk mogelijke omstandigheden (anders vergelijk je appels met peren).

Oh ja, de meest nauwkeurige methode is een autopsie, maar zo nieuwsgierig naar dat correcte percentage ben ik nu ook weer niet :-).

Ik schreef hier trouwens eerder al iets over in het Wijs Trendrapport:

Trots om te zien dat één van mijn columns (namelijk mijn ode aan Jane Fonda) werd opgenomen in het e-book 2020 van Vrouwen in Sport. Naast mijn column vind je in dit e-book (nieuwe) verhalen van olympische- en paralympische sporters, sportjournalisten, marketeers, eventmanagers, bestuurders, influencers, bondsdirecteuren, ondernemers en tal van andere succesvolle vrouwen die samen één ding gemeen hebben: hun onvoorwaardelijke liefde voor de sport. Ze vertellen openhartig over wat hen drijft, hoe ze omgaan met de opeens zo lege sportkalender en waarom ze hun mooie vak elke vrouw zouden aanbevelen.

Het e-book is gratis via deze link te downloaden.

Herfstvakantie (2 weken dan nog ;-)), en zwembaden, dierenparken “en echt alle leuke dingen” (aldus mijn kinderen) zijn gesloten. Gelukkig mogen we nog steeds buiten wandelen. Maar gaat dat wandelen bij jullie ook gepaard met “moet dat nu echt?!” en “wanneer mogen we dan op de ipad?!”, probeer dan zeker onderstaande apps eens uit en krijg je kinderen op een speelse manier aan het bewegen.

1. Pokémon Go

Iedereen kent intussen wel Pokémon Go, het spel dat gebruik maakt van gps en augmented reality (dat een virtuele laag boven de werkelijkheid legt) om op verschillende plekken virtuele Pokémons te zoeken, vangen en daarna trainen. Wordt wereldwijd door jong en oud gespeeld.

2. Los in ‘t bos

Ook Los in ‘t bos, een spel voor kinderen tussen 9 en 12 jaar, maakt gebruik van augmented reality. Door opdrachten te vervullen kan je de boswachter helpen om jonge dieren groot te brengen, maar wees op je hoede voor de stroper die de dieren van je af wil pakken.

3. Troovie

Met Troovie kan je een speurtocht omtoveren tot een echt avontuur, door bv. monsters te vangen of geheime schatten te zoeken. Je kan de route zelf uitstippen en kant-en-klare opdrachten toevoegen. Creatievelingen kunnen ook zelf opdrachten bedenken en toevoegen.

En dan zijn er ook tal van apps waar virtuele huisdieren centraal staan. Ken je de Tamagotchi nog? Dat virtuele dier dat je kon aaien en eten geven? Nu zijn er verschillende alternatieven waarbij kinderen moeten wandelen en bewegen om hun dier in leven te houden. Hoe minder beweging, hoe meer het virtuele huisdier wegkwijnt. Een ingebouwde accelerometer meet het aantal stappen, afgelegde afstand, … en je kan het ook tegen je vrienden opnemen.

4. Wokamon

Wokamon is wereldwijd de bekendste en is compatibel met verschillende andere wearables en apps.

5. Fitness pets

Fitness pets, de ‘minder serieuze fitness tracker’, haalt data enkel uit Google Fit en is dus voorbehouden voor Android gebruikers.

6. Healthmon

Healthmon is dan weer compatibel met diverse andere platformen (waaronder Fitbit), maar is voorbehouden voor Apple gebruikers.

7. HelloYoop

Ook het Nederlandse HelloYoop bouwde een volledig spel rond een virtueel huisdier om kinderen te leren gezonder te leven en bewegen. Je kan er ook verschillende routes lopen, maar deze zijn voorlopig enkel uitgestippeld in Nederlandse parken.

8. Sworkit kids

Wil je het iets sportiever, dan is Sworkit kids een absolute aanrader om samen met je kinderen te doen. Sworkit kids bevat tal van kindvriendelijke workouts (opgebouwd rond kracht, lenigheid, flexibiliteit en evenwicht, maar bevat ook warming-ups en cooling-downs). De filmpjes zijn heel duidelijk gemaakt en je kan zelf de duur van de workout selecteren. Bovendien is het kids-aanbod volledig gratis. Gewoon de Sworkit app installeren, en van daaruit naar Sworkit kids gaan.

Lockdown of niet, bewegen maar!

Volgens de recentste Digimeter cijfers luisteren alsmaar meer Vlamingen naar podcasts. Vooral jongeren, maar ook veertigers en vijftigers luisteren regelmatig. (Lap, ik ben een dertiger…). Door covid-19 lijken nog meer mensen podcasts te ontdekken. Ik schreef eerder al een blog met algemene podcast-tips. De laatste tijd krijg ik steeds vaker de vraag welke podcasts over sport te volgen. Daarom hieronder mijn persoonlijke top 10 Nederlandstalige podcasts over sportmarketing en sportbeleid.

De Jogclub

Vlaamse podcast waar ‘de mannen van Jogclub Herent’ Bobby, Seppe en soms ook Pieter keuvelen met gekende en minder gekende gasten met een passie voor sport en mooie verhalen om te delen. Afleveringen van anderhalf uur gemiddeld, maar het verveelt nooit. Gesprekken waarbij ze de gast nog eens laten uitpraten.

Fichebak

Podcast van Sporza met vijf afleveringen die telkens rond één sportterm draaien en waarbij ze praten met experten, topsporters en fans. Afleveringen zijn soms wat lang, maar dat heeft misschien te maken met mijn persoonlijke (des)interesses.

De Tribune

Eén uur radio/podcast van Radio1/Sporza waarbij twee gasten met een mening wekelijks de sportactualiteit bespreken. Uiteraard sterk afhankelijk van de sportactualiteit.

Sports and more

Nieuwe podcast waarin Simon de ambities, passies en talenten van ondernemers in de sportbusiness probeert te achterhalen. Afleveringen van een 45-tal minuten.

De Spaak

Podcast van NPO Radio1 met nieuws en informatie over ‘gewoon’, alledaags recreatief fietsen. Mooi gemaakt. Nederlandse thema’s die ook in Vlaanderen actueel zijn.

BNR Sportzaken

Nederlandse podcast met een tiental afleveringen van een klein uur over sport, wetenschap en innovatie. Boeiende thema’s maar ze laten hun gasten niet altijd uitpraten.

De Sportmarketing Podcast

Podcast van Yellow Jersey over de laatste trends op vlak van sportmarketing, met telkens hele interessante gasten uit de (Nederlandse) sportmarketingwereld. Kunnen we in Vlaanderen veel van leren.

Sport en samenleving

Maandelijkse podcast van Team Sportservice met telkens een gast van de maand en deskundigen die hun visie komen delen over het Nederlandse sportbeleid. Boeiende thematiek, maar niet altijd zo eenvoudig om als Vlaming te volgen.

Fans van Fans

Podcast door Touché Sportmarketing waarin professionals uit binnen- en buitenland geïnterviewd worden. Liefde voor sport en fans staat centraal. Opnieuw Nederlandse podcast, maar rond boeiende thema’s die landengrenzen overschrijden. Interviewer Niko is soms wat moeilijker te volgen door zijn snelle Nederlands.

Walk your talk

Maandelijkse podcast waarin Brecht al wandelend praat met toonaangevende bedrijfsleiders, academici, politici en opiniemakers over gezondheid en het belang van een fitte levensstijl als hefboom voor meer levenskwaliteit en duurzame inzetbaarheid van medewerkers in een bedrijf. Eerder over gezondheidsbeleid dan sportbeleid, maar boeiende gesprekken van een 45-tal minuten, ideaal om al wandelend te beluisteren .

Hebben jullie nog tips voor mij? Laat zeker even weten!

In het WK vrouwenwielrennen braken de Belgen geen potten. In de media kwam daar kritiek op. Kan het Belgisch vrouwenwielrennen een versnelling hoger schakelen?

Voor Vrouwen in Sport schreef ik over de recente campagnes ‘Zij aan zij’ en ‘Koers zoekt vrouw’ van Cycling Vlaanderen om meer vrouwen op de koersfiets te krijgen.

Je kan de blog hier lezen.