Naast wearables gebruiken veel mensen nu ook een ‘slimme weegschaal’ om gezondheidsparameters bij te houden. Ook wij hebben thuis zo’n ‘slimme weegschaal’ staan. Die lijkt op een gewone weegschaal. Je gaat erop staan met je blote voeten en ziet op een schermpje je gewicht, en daarnaast ook je vet- en spiermassa. De weegschaal is verbonden via een app die alle waarden  (gewicht, vetpercentage, skeletspiermassa, rustmetabolisme) netjes bijhoudt en de evolutie over de tijd weergeeft. Heel wat verschillende fabrikanten (o.a. Fitbit, Xiaomi, Omron, Medisana, …) bieden zo’n ‘slimme weegschaal’ aan. Wij hebben het type OMRON Viva staan.

Onlangs moest ik een botdichtheidsmeting doen via een zogenaamde ‘DEXA-scan’. In het rapport zag ik dat zo’n scan naast botdichtheid ook allerlei waarden weergaf die ik herkende van mijn ‘slimme weegschaal’. Alleen bleken die waarden nogal te verschillen. Mijn vetpercentage volgens de Dexa Scan ligt op 23%. In juni (na mijn Ventoux beklimming) deed ik een inspanningstest en ook daar werd mijn vetpercentage berekend. Dat gebeurde dan weer via een huidplooimeting en gaf 21% aan. Ik stond toen wel scherp. Eenzelfde type meting in januari gaf 24,3% aan. Maar mijn slimme weegschaal zegt dus 32%?! Is die weegschaal dan toch zo slim niet als beweerd wordt door de producent?

Ik zocht even uit hoe het zit.

De DEXA-scan blijkt één van de nauwkeurigste manieren om je lichaamssamenstelling op te meten. De techniek werkt met (minimale) radioactieve straling en is dus eigenlijk bedoeld om botdichtheid te meten. Doordat vetweefsel een andere doorlaatbaarheid heeft dan spierweefsel kun je ook een goed beeld krijgen van hoeveel vet je totale lichaamsgewicht bevat. Zo’n DEXA-scan meet de vetpercentages per regio van het lichaam, waardoor je meteen ook weet hoe het vet in je lichaam verdeeld is.

Ook de huidplooimeting geeft een vrij nauwkeurige schatting van het vetpercentage. Daarbij wordt de dikte van de huidplooi op verschillende plekken op het lichaam gemeten met een speciale tang. De nauwkeurigheid van zo’n meting hangt dus wel wat af van de persoon die de meting uitvoert (maar in het UZ Gent ga ik ervan uit dat ze er wel iets van kennen). Iets te veel of te weinig druk kan dus andere waarden opleveren.

Mijn slimme weegschaal maakt dan weer gebruik van bio-eletrische impedantie (BIA) analysetechnologie om mijn lichaamssamenstelling te boordelen. Spieren, bloedvaten en bot zijn lichaamsweefsels die veel water bevatten en gemakkelijk elektriciteit geleiden. Lichaamsvet is een weefsel dat minder geleidend is. De slimme weegschaal stuurt een zwakke elektrische stroom door het lichaam om zo dus de hoeveelheid vetweefsel te meten. Probleem met die BIA-methode is onder meer dat dehydratatie (bv. na nacht slapen, of na inspanning) ervoor zorgt dat de weegschaal minder droge spiermassa meet, waardoor het vetpercentage onterecht hoog is.
Meteen een verklaring voor de grote verschillen met de andere twee methoden. Als ik me al weeg (zelden eigenlijk) doe ik dat immers ‘s morgens.

De drie metingen gebeuren dus op een compleet verschillende manier. Vergelijken heeft dus weinig zin.
De DEXA-scan is meest nauwkeurig (en kan je in ziekenhuizen laten afnemen -doorgaans op voorschrift, of voor €50 bij Energy Lab).
De huidplooimeting kan op zich iedereen (mits juiste tang), maar zoals gezegd best wel laten doen door iemand die er ervaring mee heeft.
De (half-)slimme weegschaal (heb je voor een goeie €80) is dan weer ideaal voor mensen die hun gezondheidsparameters over de tijd willen bijhouden. Voorwaarde is wel om je steeds te wegen in zo gelijk mogelijke omstandigheden (anders vergelijk je appels met peren).

Oh ja, de meest nauwkeurige methode is een autopsie, maar zo nieuwsgierig naar dat correcte percentage ben ik nu ook weer niet :-).

Ik schreef hier trouwens eerder al iets over in het Wijs Trendrapport: